België, Nederland en Luxemburg
België, Nederland en Luxemburg zijn drie landen met een constitutionele monarchie met een parlementair stelsel. In België en Nederland is het staatshoofd een koning of een koningin. Luxemburg is een groothertogdom. De drie landen zijn in de negentiende eeuw gesticht als een unitaire staat. België evolueerde in de afgelopen jaren als enige tot een federale staat. Dit gebeurde via vijf staatshervormingen (in 1970, 1980, 1988-89, 1993 en 2001). Deze structuur wijkt af van de staatsinrichting in de twee andere landen. De wetgevende macht wordt in België en Nederland uitgeoefend door enerzijds het Parlement, dat is samengesteld uit twee vergaderingen (de Kamer van Volksvertegenwoordigers of Tweede Kamer en de Senaat of Eerste Kamer), en anderzijds de Regering, met name de Koning en de Ministers. De wetgevende macht in Luxemburg is in handen van de Groothertog, de Regering, een Kamer van Afgevaardigden en de Raad van State. Luxemburg, dat geen provinciale bestuurslaag bezit, kent bij de parlementsverkiezingen, die alle vijf jaar worden gehouden, wel kiesdistricten.
België: ontwikkeling tot een federale Staat
De ontwikkelingen in België met een aantal bevoegdheidsaanpassingen maken het nuttig de Belgische situatie nader toe te lichten. België evolueerde in de afgelopen jaren tot een federale staat. De herverdeling van bevoegdheden verliep in België langs twee brede lijnen. De eerste lijn heeft te maken met, in een ruimer kader, alles wat de cultuur en persoonsgebonden aangelegenheden aangaat. Hierdoor ontstonden de Gemeenschappen. België heeft vandaag drie Gemeenschappen: de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap. De tweede lijn van de staatshervorming werd min of meer geïnspireerd door plaatsgebonden en economische belangen. De oprichting van drie Gewesten was hiervan het gevolg: het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest. Het gebruik van de Duitse, Franse en Nederlandse taal in administratieve zaken en gerechtszaken is geregeld bij wet.
De federale overheid
Grof geschetst omvatten de bevoegdheden van de Belgische federale Staat eigenlijk alles wat te maken heeft met de volgende bevoegdheden: financiën, leger, politie brandweer, justitie, sociale zekerheid, ontwikkelingssamenwerking evenals delen van buitenlandse zaken en volksgezondheid. Daaronder valt het gerechtelijke apparaat, het leger, het toezicht over de politiediensten, de sociale zekerheid en de belangrijke wetten over sociale bescherming (werkloosheid, pensioenen, kinderbijslag, ziekte- en invaliditeitsverzekering), de overheidsschuld, het monetaire beleid, het prijs- en inkomensbeleid, de bescherming van het spaargeld, kernenergie, de overheidsbedrijven (zoals de NMBS, de Regie der Luchtwegen, De Post, de federale wetenschappelijke en culturele instellingen, ... ). Bovendien blijft de federale Staat verantwoordelijk voor de verplichtingen van België en zijn gefederaliseerde instellingen ten overstaan van de Europese Unie of van de NAVO. De federale overheid is eveneens bevoegd - zij het voorlopig - voor alles wat niet uitdrukkelijk onder de bevoegdheid valt van de Gemeenschappen en de Gewesten, en voor de uitzonderingen en beperkingen op de bevoegdheden van de Gemeenschappen en de Gewesten, zoals bijvoorbeeld de munteenheid op economisch vlak en aflevering van diploma’s op het terrein van het onderwijs.
De drie Gemeenschappen
België kent drie Gemeenschappen: de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige Gemeenschap. De Gemeenschap is bevoegd voor de cultuur (theater, bibliotheken, audiovisuele media), het toerisme, het onderwijs, het gebruik van talen, het gezondheidsbeleid (de curatieve en preventieve geneeskunde), de hulp aan personen (de jeugdbescherming, de sociale bijstand, familiehulp, opvang van immigranten, ...). Zij zijn ook bevoegd voor het wetenschappelijk onderzoek en de internationale betrekkingen in het raam van hun bevoegdheden.
De Gewesten
Naast de federale Staat en de Gemeenschappen staan de Gewesten. Er zijn drie Gewesten. We spreken van het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest. Gewesten beschikken over bevoegdheden in domeinen die met hun regio of gebied in de ruime zin van het woord te maken hebben. Zo zijn het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest bevoegd voor economie, werkgelegenheid, landbouw, waterbeleid, huisvesting, openbare werken, energie, vervoer en infrastructuur (met uitzondering van terreinen als NMBS), leefmilieu, ruimtelijke ordening en stedenbouw, natuurbehoud, krediet, buitenlandse handel, binnenlands bestuur (samenstelling, organisatie, bevoegdheid en werking van de provincies, gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden). Ook zijn zij bevoegd voor het wetenschappelijk onderzoek en de internationale betrekkingen in de voornoemde domeinen.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest strekt zich uit over de negentien gemeenten, waar twee talen worden gesproken. Geen enkele van de drie Gemeenschappen is tweetalig. Dus worden de bevoegdheden, die normaal door een gemeenschap worden uitgeoefend, in dit tweetalig gebied Brussel door een nieuw orgaan behartigd. Daarom beschikt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over commissies die de gemeenschapsopdrachten uitvoeren: de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. |