Interreg
De Europese Unie versnelde de samenwerking over de grens heen door vanaf het einde van de jaren tachtig financiële ondersteuning uit het Interreg programma te geven voor de uitvoering van gezamenlijke grensoverschrijdende projecten. De toekenning van deze middelen vindt niet rechtstreeks plaats door de Europese Commissie, zoals in het geval van onder andere de Technologiefondsen, maar gebeurt gedecentraliseerd onder de verantwoordelijkheid van een Lidstaat. In de meeste gevallen werden de structuren die de middelen moesten toekennen ondergebracht bij of gekoppeld aan bestaande samenwerkingsverbanden en Euregio’s, zoals bijvoorbeeld de Euregio Maas-Rijn, Euregio Rijn-Waal of de Grande Région. In sommige gevallen werden nieuwe samenwerkingsverbanden gecreëerd voor de inzet van de Europese middelen. Hoewel het eerste Interreg programma een bescheiden omvang had, groeide het Interreg programma in de jaren negentig uit tot een volwaardig ondersteuningsfonds voor grensoverschrijdende samenwerking. De toename aan beschikbare financiële middelen resulteert ook in een groeiende politieke relevantie van de samenwerkingsverbanden die deze middelen beheren. De Interreg samenwerking resulteerde in de afgelopen jaren in de uitvoering van veel grote en kleine grensoverschrijdende projecten. De meeste van deze projecten hebben echter een tijdelijk karakter. Daarom mag de waarde van de structurele samenwerkingsverbanden niet worden onderschat. Zij verdwijnen niet als de Europese financiële middelen er niet meer zijn. Hierdoor krijgt de samenwerking over de grens heen continuïteit.
Interreg La Grande Région, Interreg-Euregio Maas-Rijn, Interreg-Grensregio Vlaanderen-Nederland, Interreg-Duitsland-Nederland, Interreg France-Wallonie-Vlaanderen, Operationeel programma Interreg IVB ‘Noordwest-Europa’, Operationeel Programma Interreg IVB 'Twee Zeeën, Operationeel programma Interreg IVB 'Noordzee-regio'
De EGTS Verordening
De regels met betrekking tot de Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS) zijn omschreven in “Verordening (EC) No 1082/2006 van het Europese Parlement en de Raad van 5 juli 2006”. De EGTS is in eerste instantie bedoeld om te komen tot de versterking van de economie en de sociale samenhang in een grensgebied. De EGTS is een instrument op het niveau van de Europese Unie met rechtspersoonlijkheid en kan vooral toegevoegde waarde hebben voor (grens)regio’s in die landen die nog geen partij zijn bij de Kaderovereenkomst van Madrid of die geen bilateraal akkoord hebben afgesloten. Politie- en veiligheidstaken en andere regelgevende bevoegdheden kunnen nooit onderdeel zijn van de samenwerkingsovereenkomst van een EGTS. Een voordeel van de EGTS ten opzicht van de bestaande samenwerkingsovereenkomsten is dat ook centrale overheden als partners kunnen deelnemen in de samenwerking waardoor een samenwerking op basis van multilevel-governance mogelijk is. Een knelpunt bij de deelname van centrale overheden blijft het toezicht op het aldus ontstane samenwerkingsverband. In de meeste Europese lidstaten is de complexe juridische materie van het toezicht nog niet helemaal uitgeklaard. Bij de samenwerking in een EGTS is het voor de partners ook niet mogelijk om bindende besluiten te nemen zoals Beschikkingen of andere. Er is geen toekenning van bevoegdheden mogelijk en de samenwerking op aan aantal terreinen is zelfs volledig uitgesloten (politie, veiligheid, belasting, etc.). Ondanks een aantal vernieuwende elementen, lost de EGTS Verordening nog niet alle knelpunten op voor partners die grensoverschrijdend willen gaan samenwerken. De Benelux landen onderzoeken daarom of de huidige Benelux Overeenkomst Grensoverschrijdende Samenwerking kan worden aangepast. Dan is het wel nodig om het toepassingsbereik niet langer te beperken tot decentrale overheden, maar aan te sluiten bij nieuwe mogelijkheden om ook centrale overheden en andere partijen in grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden te laten participeren, zodat er ruimte is voor een multilevel-governance aanpak en om de vernieuwde Benelux-overeenkomst open te stellen voor de buurlanden.
EGTS Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai, EGTS West-Vlaanderen / Flandre-Dunkerque-Côte d' Opale, EGTS Interreg programme Grande Région, EGTS Linieland van Hulst en Waas
Eures
EURES heeft tot doel informatie, advies en diensten te verlenen op het gebied van werving en arbeidsbemiddeling (“job-matching”) aan werkzoekenden en werkgevers, alsmede aan iedere burger die wil profiteren van het beginsel van vrij verkeer van personen. Het EURES netwerk omvat meer dan 700 EURES-consulenten in heel Europa. EURES is in 1993 opgericht en is een samenwerkingsnetwerk van de Europese Commissie en de openbare arbeidsbemiddelingdiensten van de lidstaten. EURES-consulenten zijn speciaal opgeleide deskundigen en zijn met name deskundig wat de praktische, wettelijke en administratieve aspecten van de mobiliteit op nationaal en grensoverschrijdend niveau betreft. Zij werken bij de arbeidsbureaus in de afzonderlijke lidstaten of bij andere partnerorganisaties in het EURES-netwerk. Momenteel bestaan er ruim 20 EURES-grensoverschrijdende partnerschappen. Deze partnerschappen beogen in te spelen op de behoeften aan informatie en coördinatie ten aanzien van de arbeidsmobiliteit in grensregio’s. In de partnerschappen wordt samengewerkt door de openbare arbeidsbemiddelingdiensten, beroepsopleidingen, werkgeversorganisaties, vakbonden, lokale overheden en andere instellingen die zich bezighouden met arbeidsmarkt- en opleidingsvraagstukken. De grensoverschrijdende EURES-partnerschappen fungeren als waardevolle contactpunten voor regionale en nationale besturen voor de arbeidsvoorziening en de sociale partners. Zij werken ook mee aan de monitoring van deze grensoverschrijdende arbeidsmarkten.
Eures PED, Eures Saar-Lor-Lux-Rheinland/Pfalz, EURES Maas-Rijn, Eures Scheldemond, Eures Channel, Eures Rijn-Waal, Eures Rijn Waddenzee
|